Downloads - PDOK

Dataset: Basisregistratie Ondergrond (BRO)

De BRO bevat gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond. De gegevens zijn onderverdeeld in ‘registratieobjecten’, zoals een Geotechnisch sondeeronderzoek, Bodemkundig boormonsterbeschrijving en Grondwatermonitoringput

Downloads

Deze dataset bevat verschillende soorten downloads. Onderstaand een overzicht van de beschikbare varianten.

BRO Bodemkundige boormonsterbeschrijvingen (ATOM)

Bodemkundig booronderzoek omvat de gegevens die voortkomen uit een bodemkundig georiënteerde boring. In veel gevallen bestaat het bodemkundig booronderzoek uit niet meer dan een boormonsterprofiel. In het meest uitgebreide geval omvat het booronderzoek ook de resultaten van boormonsteronderzoek en boorgatmeetgegevens. Het boormonsterprofiel komt tot stand door de samenstelling van de monsters uit een booronderzoek macroscopisch te beschrijven.

Lees meer over de BRO Bodemkundige boormonsterbeschrijvingen

(Ca. 140 Mb)

BRO Grondwatermonitoringput (ATOM)

Een grondwatermonitoringput is een werk dat in een geboord gat is gerealiseerd om gedurende langere tijd veranderingen in het grondwater in een specifiek deel van de ondergrond te kunnen registreren. Gewoonlijk bestaat een put uit een samenstel van monitoringsbuizen die aan het oppervlak door een constructie worden beschermd. Een grondwatermonitoringput is in de Basisregistratie ondergrond altijd een punt in een grondwatermonitoringnet.

Lees meer over de BRO Grondwatermonitoringput

(Ca. 5 Mb)

BRO Geotechnisch sondeeronderzoek (ATOM)

Gegevens van geotechnisch sondeeronderzoek zoals opgeslagen in de Basis Registratie Ondergrond (BRO). Geotechnisch sondeeronderzoek (in het Engels Cone Penetration Test, afgekort tot CPT) is onderzoek dat tot doel heeft informatie over de bodemkundige of geologische opbouw van de ondergrond te verwerven, waarbij in het veld metingen aan de ondergrond worden gedaan door een kegelvormige sonde de grond in te drukken.

Traditioneel is het doel met de sonde de weerstand en de wrijving die de conus op de weg naar beneden ondervind te bepalen om daaruit mechanische eigenschappen van de ondergrond af te leiden. In de loop van de tijd is de sonde zo ge-evolueerd dat een breed scala aan metingen verricht kan worden.

Lees meer over de BRO Geotechnisch sondeeronderzoek

(Ca. 2 Gb)

BRO Digitaal Geologisch Model, DGM (ATOM)

Het Digitaal Geologisch Model (DGM) is een driedimensionaal lagenmodel van de Nederlandse ondergrond tot een diepte van ongeveer 500 m onder NAP, met lokaal uitschieters tot 1200 m. De ondergrondlagen in dit deel van de ondergrond bestaan hoofdzakelijk uit onverharde sedimenten, waarin de grondsoorten klei, zand, grind en veen voorkomen. De lagen worden op basis van verschillen in lithologie en andere eigenschappen ingedeeld in lithostratigrafische eenheden. DGM is een model van de opbouw en de samenhang (geometrie) van deze lithostratigrafische eenheden. De hoogteligging van de onder- en bovenkant en de dikte van de eenheden worden vastgelegd in gridbestanden (rasters) met een celgrootte van 100 bij 100 m. Behalve de laaginformatie bevat DGM ook de geïnterpreteerde boorbeschrijvingen die bij het maken van het model gebruikt zijn.

Het modelgebied van DGM bestaat uit het vasteland van Nederland. De ondergrond van het Nederlandse deel van het Continentaal Plat is niet in DGM opgenomen. DGM is een regionaal model. Het is niet geschikt voor gebruik op lokale schaal; voor het maken van een lokaal ondergrondmodel zullen altijd aanvullende gegevens nodig zijn.

Lees meer over de BRO Digitaal Geologisch Model, DGM

(Ca. 825 Mb)

BRO GeoTOP model, GTM (ATOM)

GeoTOP is een driedimensionaal model van de laagopbouw en grondsoort (klei, zand, grind en veen) van de ondiepe ondergrond van Nederland tot een diepte van maximaal 50 m onder NAP. In GeoTOP is de ondergrond onderverdeeld in een regelmatig driedimensionaal grid (raster) van aaneengesloten voxels (volumecellen) van 100 bij 100 m in de horizontale richting en 0,5 m in de verticaal. Aan elke voxel zijn eigenschappen gekoppeld. Dit zijn de lithostratigrafische c.q. geologische eenheid (laag) waartoe een voxel behoort, de lithoklasse (grondsoort) die representatief is voor de voxel en een aantal attributen die tezamen een maat van modelonzekerheid vormen. Behalve voxels bevat GeoTOP ook een gedetailleerd lagenmodel en de geïnterpreteerde boorbeschrijvingen die bij het maken van het model gebruikt zijn.

Voor het maken van GeoTOP is het vasteland van Nederland onderverdeeld in een aantal regio's, modelgebieden genoemd. GeoTOP is nog niet voor alle modelgebieden gereed. Verder is de ondergrond van het Nederlandse deel van het Continentaal Plat niet in GeoTOP opgenomen. GeoTOP is een (sub)regionaal model. Het is niet geschikt voor gebruik op lokale schaal; voor het maken van een lokaal ondergrondmodel zullen altijd aanvullende gegevens nodig zijn.

Lees meer over de BRO GeoTOP model, GTM

(Ca. 10 Gb)

BRO REGIS II Hydrogeologisch model, HGM (ATOM)

REGIS II is een driedimensionaal model van de goed doorlatende en slecht doorlatende lagen in de ondergrond, tot een gemiddelde diepte van ca. 500 m onder NAP, met lokaal uitschieters tot 1200 m. Goed doorlatende en slecht doorlatende lagen worden in REGIS II hydrogeologische eenheden genoemd; dit zijn lagen met min of meer uniforme hydraulische eigenschappen. De hydrogeologische eenheden vallen samen met, of zijn onderdeel van, de in DGM onderscheiden lithostratigrafische eenheden. De hoogteligging van de onder- en bovenkant en de dikte van de eenheden worden vastgelegd in gridbestanden (rasters) met een celgrootte van 100 bij 100 m. Naast de geometrische gegevens bevat het model voor elke eenheid ook gegevens over de doorlatendheid. Tot slot bevat REGIS II ook de geïnterpreteerde boorbeschrijvingen die bij het maken van het model gebruikt zijn.

Het modelgebied van REGIS II bestaat uit het vasteland van Nederland. De ondergrond van het Nederlandse deel van het Continentaal Plat is niet in REGIS II opgenomen. REGIS II is een regionaal model. Het is niet geschikt voor gebruik op lokale schaal; voor het maken van een lokaal hydrogeologisch model zullen altijd aanvullende gegevens nodig zijn.

Lees meer over de BRO REGIS II Hydrogeologisch model, HGM

(Ca. 980 Mb)

BRO - Bodemkaart (ATOM)

De Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50.000, geeft informatie over de ruimtelijke verbreiding van bodemtypen en belangrijke kenmerken van het bodemprofiel tot een diepte van 1,20 meter. Met grondwatertrappen wordt informatie gegeven over de fluctuatie van het grondwater.

Lees meer over de BRO - Bodemkaart

(Ca. 105 Mb)